Vesters

‘Vesters moet een plek zijn waar gegeten, gedronken en gelachen moet worden’ staat er in ons tien jaar geleden gemaakte ondernemingsplan. Natuurlijk is er sindsdien veel veranderd: we hebben veel gedaan en veel gelaten, we zijn ouder en misschien ook wel wijzer geworden maar toch, die kreet van tien jaar geleden is nog steeds ons uitgangspunt.

181211 Gallery (2).jpg
181211 Gallery (4).jpg

Er staat nu naast ons een geïnspireerde, jonge ploeg die vol zit met frisse ideeën over eten en drinken. Zij begrijpen onze filosofie over oprechte gastvrijheid en dragen die samen met ons uit.

181211 Gallery (1).jpg
181211 Gallery (6).jpg

Jeroen en Nikolien

 

1974, mijn oma vist een stukje schenkel uit de pan zondagse soep en ze pulkt met een mesje het merg uit het bot. Ik zie dat haar hand langs het schort gaat wat ze over haar bloemetjesjurk heeft geknoopt zodat het mes niet uit haar hand glipt. Het merg wordt op een in roomboter gebakken broodkorst gesmeerd en ze laat een beetje zout vallen op het korstje, terwijl ik staand op de thonet-stoel omhoog kijk propt ze het in mijn mond. Ik voel met mijn tong een spoortje warm vet en proef de ziltige rundersmaak, knerps doet het korstje, het is lekker… 

 

Vijftien jaar later sta ik met lichte tegenzin, om vier uur ’s-nachts in bakkerij de Schoester. In mijn mond een slok rauwe melk, want onze bakker staat er op dat melkbrood gemaakt wordt met verse rauwe melk. Die heb ik daarnet met het bestelbusje bij de boer gehaald en alhoewel ik mijn rijbewijs nog niet heb en de boer geen ongepasteuriseerde melk mee mag geven maakt niemand zich daar druk om zo lijkt het. Alles mag zolang het in dienst is van het ambacht. Mijn gezicht gloeit van de hitte die uit de oven walmt, met dikke wanten aan onze handen halen we er grote platen speculaas uit. De nog warme, gebroken stukken zijn voor ons. Knerps, auw, knerps knerps.

181211 Gallery (3).jpg
181211 Gallery (5).jpg

In Nijmegen geniet Nikolien van het laatste avondzonnetje en ze proeft een nieuw gerecht voor. Ze bijt in een stukje gebakken kippenlever, waar ze eigenlijk niet zo van houdt, maar zoals ik ze nu maak vindt ze ze toch wel lekker; vooral de manier waarop het samen gaat met de uitjes en komijn. De krokante sjalotringen  knerpen tussen haar voortanden en geven de stroevige levertjes een beetje tegenspel. Ze vraagt zich af wat hier bij moet: licht rood uit de Jura of uit de Pfalz? Of gewoon een slok Champagne?

 Morgen maak ik gegrild klapstuk voor jullie, met gebakken cantharellen en pompoenpuree. Een beetje grof zout met jeneverbes strooi ik dan over het vlees, want dat knerpt lekker…

 Jeroen Vesters

181211 Logo.png